HET LEVEN VAN OMA





In deze coronacrisis is het niet gemakkelijk iets te melden van en voor de bewoners van ons complex. De meeste bewoners zijn van de leeftijd uit de risicoklassen en sommige hebben ook nog andere Lichamelijke problemen. Je merkt dan ook wel dat veel van onze bewoners binnen blijven want het is erg rustig in ons complex. Zo af en toe zie je nu al weer een kleinkind op afstand naar Oma of Opa gaan en het open gaan van de kappers is nu ook een reden om het huis te verlaten. Gelukkig heeft Corona op een enkeling na persoonlijk de bewoners met rust gelaten. Wel zijn er in de naaste families of vriendenkring toch wel slachtoffers gevallen. Het is niet prettig om alle maatregelen na te komen maar we moeten wel voor eigen maar zeker ook voor anderen hun gezondheid. De ouderen in ons complex hebben al heel wat meegemaakt in hun leven en vergelijken deze crisis dat ook wel met de oorlog. Ik kan dit niet beoordelen want ik ben in 1949 geboren. De uitzendingen over de oorlog die afgelopen tijd op de stadsomroep te zien waren laten een verwoeste stad zien en er waren ook nog veel gestorven medebewoners in Venlo en Blerick. De tijd heeld de wonden maar die tijd was toch ook verschrikkelijk niet te vergelijken met deze coronatijd.

Wat hebben de opa’s en Oma’s allemaal meegemaakt in hun leven, hoe hebben ze geleefd en wat is hun bij gebleven. De meeste kinderen weten het meestal niet laat staan de kleinkinderen. Over veel dingen werd niet gesproken en of niets over gevraagd. Dit was de reden om het verhaal van mijn Moeder te vertellen ofwel vertellen, zij heeft het in 1990 verteld en opgeschreven voor een van haar kleinkinderen. Aan haar werden vanuit een vragenlijst vragen gesteld die zij mondeling maar vooral schriftelijk beantwoordde. In 2011 heeft een van haar andere kleinkinderen van het verhaal een boekje gemaakt. Voor velen van jullie is dit verhaal een verhaal van herkenbaarheden. Mijn Moeder is op 9 februari 1919 geboren en op 18 februari 1998 overleden. Het verhaal is in hoofdstukken geschreven en ik zal elke 2 dagen 2 hoofdstukken op de blog zetten.

Veel Leesplezier..... Giel.                     Hoofstuk. 1, 2 , 3,  4,  5  en 6 staan erop. 







Het leven van Oma (Fransisca Aldegonda Holtermans - Baltussen)
Hoofdstuk 1: Uw Afkomst
Vraag: Waar, wanneer en onder welke omstandigheden (ziekenhuis of thuis bijv.)
bent u geboren?
Ik ben geboren op 9 Februari, op een Zondag, in een zeer koude winternacht in het jaar 1919 op een boerderijtje op de Brabantse Peel in de gemeente Asten. Drie kwartier gaans van Neerkant het Kerkdorp (gemeente Deurne). Ik was de oudste van tien kinderen.
Vraag: Welke namen kreeg u? Was u naar iemand vernoemd?
Fransisca, naar de vader van mijn moeder, en Aldegonda, naar de moeder van mijn vader.
Vraag: Hoe heetten uw ouders, uit welke streek of plaats waren ze afkomstig en wat was hun beroep?
Mijn vader heette Jacobus Baltussen en kwam uit Horst, Meterik.
Mijn moeder heette Margaretha Giezen en kwam uit Helden, Panningen.
Beiden waren van boerenafkomst. Mijn vader was vier jaar schaapherder en boerenknecht, en moeder boerendienstmeid. Grootvader Giezen handelde in vee en was tevens een kleine boer.
Vraag: Had u broers en zusters? (schrijf ze op in de volgorde van hun geboorte en vergeet niet melding te maken van doodgeboren en jong gestorven kinderen).
Ik had 6 zusjes en 3 broers. De volgorde is: De oudste was ik. Daarna zus Lies, zus Tonnie, zus Truus (op elfjarige leeftijd overleden). Dan Frans en Nel (tweeling), Riek, Truus, Toon en Lowie die geboren is toen ik 19 jaar oud was. 
Vraag: Was het gezellig thuis? Werden er spelletjes gedaan, voorgelezen, muziek     gemaakt?
Het was een groot maar gezellig gezin. Vooral door mijn moeder werd veel gezongen. We deden in het begin van de avond vaker met vader spelletjes met bikkels/schapenkootjes (uit de poten van een dood schaap). Vader kon als schaapsherder prachtig fluit spelen (ook dwarsfluit). Ook kon mijn vader zo maar mensen tekenen uit de buurt. Een gave! We kregen met Sinterklaas een pop, de jongens soms een houten paardje, en altijd een nieuwe rozenkrans of kerkboekje. Ook kregen we door mijn vader zelf gebreide handschoenen, mutsen en dassen. Omdat we gewoon naar school moesten de dag erop, moesten we gewoon op tijd naar bed.
Vraag: Waren uw ouders streng?
Mijn moeder was een tamelijk strenge vrouw. Ze deed het vele werk in zo’n groot gezin met veel ijver. Ze was heel netjes. Mijn vader was een hele lieve, rustige man.
Vraag: Ging u met het gezin wel eens een dagje uit? Hoe? Waarheen?
Met het hele gezin gingen we nooit uit. In de Meimaand gingen we wel eens met moeder, te voet en later met de fiets, ter bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van Ommel. Ook moest ik als oudste meisje met Grootmoeder Trui met de tram naar de Kapel van Onze Lieve Vrouw in ’t Zand. Vader en Moeder gingen met de fiets naar de Horster kermis, en de 6 broers en 3 zussen kwamen ook bij ons op de kermis. Er werden dan grote potten met eten gebraden en gekookt. In ons dorp stond met de kermis alleen maar een snoeptentje. Wel ging men graag een pintje drinken in het dorpscafé bij de kerk.
Vraag: Welke rol speelde godsdienst in het gezinsleven?
In het gezinsleven speelde godsdienst een grote rol. Omdat alle mensen Katholiek waren in Neerkant, moesten we iedere Zondag naar de kerk. Drie kwartier lopen. Drie kwartier heen, en drie kwartier terug. Om 7 uur s ’morgens, zomer en winter, door weer en wind. Voor en na het eten werd er gebeden. ‘S avonds werd het Rozenhoedje gebeden in het gezin, ook op zondag. En toen we verkering kregen moesten de jongens ook het rozenhoedje meebidden. Mijn vader was toen al overleden. Oma Baltussen was een zeer streng gelovig mens.
Vraag: Waren uw ouders arm of rijk? Heeft dit voor u een rol gespeeld?
Mijn ouders waren geen rijke mensen. Ze waren in huis bij mijn Grootouders zogenaamd ingetrouwd. Ze hebben heel hard moeten werken op hun boerderijtje om hun gezin van 10 kinderen groot te krijgen. We hebben het altijd goed gehad. Geen snoeperij of veel speelgoed. Eenvoudig, netjes gekleed. We leerden toen we groot genoeg waren allemaal goed. Vader en Moeder leerden vroeger ook goed. Ik kreeg wel de meeste nieuwe kleren, de kleren die mij te klein waren droegen mijn kleinere zusjes. We kregen ook wel kleren van rijke mensen, maar aan school werden we daar wel eens mee geplaagd. Dat was niet zo leuk.
Vraag: Hebt u uw grootouders gekend? Kwamen ze bij u thuis en ging u er wil eens logeren? Waar woonden ze en wat was hun beroep?
De grootouders van vaders kant waren bij het huwelijk van mijn ouders al overleden, en ook grootvader van moeders kant stierf plotseling toen ik goed 2 jaar oud was. Grootmoeder was bij ons thuis. Ze waren allen van boerenafkomst. De grootouders van mijn vader kwamen uit Horst, uit het land van de Dreumels. Grootouders van moeder, Frans Giezen en Truu Korsten, Kwamen uit Helden-Panningen en Helden, Dorp. Ze zijn toen met mijn moeder (Oma Baltussen) in 1896 op de Grote Heitrak te Neerkant, gem. Deurne, komen wonen en hadden een café met beugelbaan.
Vraag: Had u ook ‘speciale’ ooms en tantes?
Ik had veel ooms en tantes, maar een speciale was er eigenlijk niet bij. De oom die ik het beste kende was oom Tinus. Ik heb in Oirlo een jaar als boerenmeid bij hem gewerkt. Hij was een vrolijke man met snor en sikje. Ook ben ik als meisje van 16 bij mijn tante Bet en oom Hannes (een zus van Oma Baltussen) in huis geweest toen ze met een gebroken been in bed lag om haar te helpen.
Vraag: Herinnert u zich hoogtepunten uit het gezinsleven?
Een hoogtepunt was toen in ons gezin de tweeling geboren werd. De eerste jongen van mijn ouders na vijf meisjes. En de dag van de Eerste Heilige Communie. Ik weet nog dat ik een hoedje ophad van geel stro met een bosje paarse viooltjes van stof en een mooi blauw jurkje. Dit zijn twee van de vele hoogtepunten uit ons gezinsleven.
Vraag: Herinnert u zich dieptepunten uit het gezinsleven?
Een groot dieptepunt was toen mijn zus Truus, elf jaar oud, na een pijnlijk ziek zijn (hersenvliesontsteking) doodging, en door haar klasgenoten naar het kerkhof op de
Neerkant gedragen werd. En ook toen mijn vader overleed. Mijn jongste broertje Lowie was toen zes weken oud. Mijn moeder bleef achter met nog deels jonge kinderen.
Vraag: Vakanties met het hele gezin?
Die waren er vroeger niet bij. Maar we hebben ze niet gemist. In de Peel (op de Kleine Heitrak) konden we in de gezonde natuur wandelen tussen vogels, bloemen en vlinders, naar de pasgeboren lammetjes kijken in de schaapskooi, verstoppertje spelen en door de lange hei lopen. In de witte zandkuilen spelen, door de Astense Beek pootje baden en zandvisjes vangen. Hommels, bijen en vlinders vangen. Van taaie biezen springtouwen vlechten, met mijn vader appelen en peren plukken. In de herfst de honing uit de bijenkorven halen die mijn vader had. Op de boerderij was een krielhaan met hennetjes, de zachte pasgeboren biggetjes vasthouden. Naar het zingen van mijn moeder luisteren als ze aan het werk was. Overal kon je bramen plukken in overvloed. Bij vader of de knecht op het grote paard Hase zitten als het naar de stal gebracht werd. Jonge eendjes of kuikentjes vasthouden. Dat waren toen heerlijke dingen. Of op zomeravonden als de krekels sjirpten of de kikkers een kwaakconcert gaven, zo tegen zonsondergang, en het zo warm was dat we in onze nachtponnetjes buiten zaten als vader op de fluit speelde. Was dat niet veel mooier en nog fijner dan ver weg op vakantie?





Hoofdstuk 2: Uw kindertijd (2-12 jaar)
Vraag: Waar woonde u in uw kinderjaren? Weet u nog veel van dat huis? Bestaat het nog? Is de omgeving veel veranderd?
Ik heb al mijn kinderjaren doorgebracht in het kleine boerderijtje in de Astense Peel op de Kleine Heitrak. Het woonhuis staat er nog, maar stalling, schuur en schop voor de karren zijn afgebroken. Ik heb over dit huis al alles geschreven. De omgeving is heel erg veranderd. Op de grond staan twee tuinders woningen. Er is nu verharde weg. De kronkelende beek de Astense Aa die er toen liep is gekanaliseerd met stuwen. Alle wallen van hakhout en populieren (canadassen) zijn weg. Grond is verkavelt en geëgaliseerd.




Vraag: Waren er in die tijd nog dienstmeisjes of ander huishoudelijk personeel?
Mijn moeder, maar ook mijn grootmoeder deden al het werk. Als oudste in ons grote gezin moest ik al vroeg mee helpen. In de winter was er ook nog een metselaar, Jantje Damen, die bij ons in de kost was. Hij ging dan met de kleinste kinderen een wandeling maken en lette op de baby als moeder en grootmoeder aan het werk waren.
Vraag: Had u een huisdier? Vertelt u er wat over.
We hadden meerdere huisdieren. We hadden in mijn jeugd kleine honden, een takshond en later een kettinghond (Hollandse herder) die buiten in een hok lag in de lente en de zomer, en in de herfst en de winter op de stal bij het vee. We hadden een heel stel poezen om de muizen te vangen die er op een boerderij zijn. Omdat ze in de lente bezoek kregen van een heel stel vreemde katers, waren er ‘s avond op onze hooischelf de mooiste katten. Er werden dan bij ons in huis ook veel schattige jongen poesjes geboren bij onze moeder lapjes katten. Katjes die we teveel hadden werden als ze van de moeder afkonden, na ongeveer zes weken afgegeven. We hadden tortelduifjes, konijntjes, kloeken met kuikentjes. Jonge biggetjes, kleine kalfjes. Heel veel dieren om mee te spelen. Heel erg fijn was dat altijd.
Vraag: Had u een tuin(tje)?
Een apart tuintje hadden wij thuis niet. Maar mijn grootmoeder verzorgde een mooie bloementuin. Heerlijk dikke roze gestreepte rozen die heerlijk roken, duizendschonen, goudbloemen en vergeet-me-nietjes. En uit Gods grote tuin (de wei en bermen) plukten we hele bossen margrieten, wilde roosjes, dotterbloemen en pinksterbloemen.
Vraag: Hoe was in uw huis de verwarming, verlichting, het toilet, badgelegenheid?
In huis hadden we, in de voorkamer waarin de buitendeur was, een kachel staan die met hout en zwarte turf, die door vader of knecht in de Lieselse Peel, werd gestookt. In de achterkeuken stond een fornuis, ook met turf en dan de kookketel, de sopketel in het achterhuis, petroleumlampen, toilet (houten huisje tussen de varkenskooien), en we wasten ons in een kuip met water ook in het achterhuis.

Vraag: Hoe werd de was gedaan, het huis schoongemaakt, hoe werden de boodschappen gedaan?
De was werd aangesmeerd met groene zeep en in heet sopwater gewassen. In het begin werd dit met de hand gedaan op een wasbord, later met een houten wasmachine met een zwengel of rad. De rode plavuizen en de stenen vloeren werden met groene zeep en warm water geschrobd en afgespoeld met schoon water dat door een schrobgat in de muur naar buiten werd geveegd. En daarna werd er gedweild. Er werd op de schone droge vloer wit zand gestrooid. De bakker en de kruidenier kwamen met paard en kar brood en levensmiddelen brengen. De petroleumman kwam eens in de week voor de petroleumlampen. Wat er nog bij gehaald moest worden brachten we mee uit de winkel als we van school kwamen. Klompen voor onze voeten gingen we zelf op de zolder bij de Mulder passen. Er kwamen ook venters aan de deur met stoffen en garen. En ook met rozenkransen.
Vraag: Waren er in die tijd ziekten die er nu (haast) niet meer zijn?
  Ja, in die tijd waren er heel veel grote gezinnen en ook de huizen waren veel kouder als nu. Longontsteking en ook huidziekten als pokken kwamen soms voor. Difterie was ook een ziekte en kinkhoest kwam ook veel voor. Omdat in de Peelstreek heel veel slecht  water was en men het water uit de put of een waterkuiltje moest halen kwam bloedvergiftiging en de fijt aan de vingers voor. Ook omdat men soms op een tochtige zolder sliep, waren er veel zwakke kinderen. Vooral onder de peelwerkers in de Neerkant, Liessel, Helenaveen en Griendsveen. 
Vraag: Wat voor speelgoed had u?
Een kerkboek of rozenkrans en wanten das en een muts die door mijn vader gebreid waren.. Als schaapsherder had hij dat vroeger geleerd. We deden ook hinkelen met een platte kei. Want die lagen er genoeg op de hei. En jonge katjes waren heel leuk speelgoed voor ons toen.
Vraag: Wat speelde u met andere kinderen op straat?
Hinkelen, verstoppertje spelen. Ook speelden we bij vriendinnetjes in en rond de boerderij. Touwtje springen, bokspringen met de jongens. Baden in de Astense AA waarin we kleine zandvisjes deden vangen. Met de hand holen graven in de witte zandberg op de hei. Touwtje springen deden we met een zelf gevlochten touw van taaie biezen uit de natte grond. Ook speelden we met de groep vaak tikkertje.
Vraag: Weet u nog iets over de rol die de radio in uw leven speelde voor de TV kwam?
Als kind heb ik nooit radio gehoord. En ook in mijn jonge jeugd tijdens de oorlogsjaren moest ik als dienstmeisje laat werken en hadden we geen tijd. Men was blij dat we naar bed konden want ‘s morgens was het vroeg dag. Ik voel het niet als een gemis dat ik het toen nooit gehad heb.

Vraag: Bent u op een kleuterschool geweest? Hoe ging het er daar aan toe?
         Ik zat in het kleuterklasje (jongens en meisjes) van Zuster Robertina. Kringspelen, vlechtmatjes maken, wat tekenen en lezen, en eerbiedig bidden. Handjes vouwen en oogjes toe. Zingen van kleine kleuterliedjes over Jozef, Maria en het kindje Jezus.

Vraag: Hoe was uw lagere school? Leerde u daar al een vreemde taal?
        Op de lagere school was rekenen, lezen en schrijven de voornaamste taak. Godsdienstlessen hoorden daar ook bij. Die door de zeer dikke Pastoor Snoeis gegeven werd. Catechismuslessen moesten we van buiten leren. Zingen en handwerken. Vreemde talen werden niet geleerd. Ik kon heel goed leren, was een van de beste van de klas.
Vraag: Hoe ging u naar school?
Op de klompen. Te voet over smalle zandpaadjes langs de karresporen. Elke morgen een uur lopen, ‘s middags bleven we dan op school, en ‘s avonds weer terug naar huis.
Vraag: Deed u aan sport?
Onze sport was balspelletjes doen met de groep of alleen. Haasje over springen met de jongens of kringspelletjes, verder niets.
Vraag: Las u veel? Wat was uw lievelingsboek?
Er waren alleen prentenboekjes. In school het leesboek van Ot en Sien, de Christelijke Catechismus en zangbundels. Ik had geen lievelingsboeken toen.
Vraag: Ging u wel eens met vakantie?
Nee, we waren tijdens de vakantie thuis. We moesten wel eens aardappelen rapen en randjes van de bonen halen. In de oogsttijd moesten we de losse korenaren die na het maaien op het land bleven liggen oprapen. Als loon werd door Grootmoeder een broodje in de oven gebakken van witte bloem met een appel erin.
Vraag: Wanneer hebt u voor het eerst de zee gezien?
Ik heb voor het eerst de zee gezien toen ik al lang getrouwd was. Dat was in Zeeland waar we toen een huisje gehuurd hadden. Nu is de laatste zee die ik zag in Joegoslavië.

Vraag: Wanneer bent u voor het eerst in het buitenland geweest?
        Voor het eerst tijdens een bedevaart naar Kevelaar. Met opa Va en Tante Drika een zus van Va en mijn zwager ome Grad Kuipers, die met de trein kwamen (ze hadden vrij reizen). Verder heb ik een vliegreis gemaakt naar Rome, een reis voor 2 personen, gewonnen door vragen over het Pastorale Concilie te beantwoorden. Mijn eerste grote reis was een busreis naar Lourdes. Hier ben ik samen met mijn drie zussen Tonnie, Lies en Wies, en mijn vriendin mevr. Paans naar toe geweest. Na de dood van Opa-Va ben ik ieder jaar met de bus op vakantie geweest naar Oostenrijk, Gardameer en Duitsland. Ook ben ik met  Mevr. Paans naar Joegoslavië (Riva) en in Duitsland in Beerfelden op vakantie geweest. Alles bij elkaar al heel veel gezien. Daar hadden we in onze jeugd nog niet in geloofd. Maar wel fijn zo.

Vraag: Wanneer en hoe hebt u leren zwemmen?
        Heel goed zwemmen kan ik niet. Ik was al ongeveer zestig toen ik het leerde. Maar ik heb als kind wel veel (iedere zomer) in de beek pootje gebaad. Een zwembad zoals de kinderen van nu hebben hadden we bij ons toen nie
Vraag: Hoe hebt u leren fietsen en wanneer kreeg u uw eerste fiets?
        Ik heb pas leren fietsen toen ik van school was. Mijn eerste fiets (een Gazelle, hij koste 50 gulden, wat toen veel geld was) heb ik gekregen toen ik 17 jaar oud was en ik voor dienstmeisje ging werken bij boer Philipsen op de Kronenberg in Sevenum.
Vraag: Waar en hoe heeft u leren schaatsen?
Een beetje schaatsen leerde ik op de ondergelopen weilandjes bij ons huis op de Kleine Heitrak. Als het water van de Astense AA buiten zijn oevers kwam. Baantje glijden deden we wel op de niet stromende beken langs de weiden. (Slidderen wordt dit in Brabant genoemd).
Vraag: Wat was het fijnste cadeau dat u in die jaren hebt gekregen?
Het fijnste cadeau dat ik kreeg was een cadeau van een kostganger bij ons in huis, een metselaar. Toen ik 14 jaar oud werd. Ik kreeg voor mezelf een mooie paraplu en een doosje met drie stukken heerlijke eau de cologne van Boldootzeep. Nu klein maar toen in de arme tijd een groot presentje.
Vraag: Wat wilde u worden toen u klein was? En wat wilden uw ouders dat u zou worden?
Ik heb er niet zo over nagedacht. De hoofdzuster van het Vincentius Kloostergemeenschap vroeg aan me toen ik in de zesde klas zat of ik geen nonnetje wou worden. Maar dat vond ik toch niet zoon goed idee. Ik wilde liever een boerin worden, naaien en handwerken leren, buiten zijn in de natuur. Mijn ouders wilden dat ik goed het boerenwerk leerde. Koeien melken, op het land en in de tuin werken, dat ik een flinke boerenmeid zou worden. Die de handjes uit de mouwen kon steken als ik later mocht gaan trouwen nadat ik nog wat jaartjes geld had verdient bij de boeren.

Vraag: Kunt u zich nog herinneren wat bepaalde zaken kosten?
Lapjes katoen waar we jurken van maakten kosten enkele kwartjes. Knotten wol voor handschoenen, kousen, polsbandjes en mutsen kosten ook een paar kwartjes, wat veel was in die tijd. Een pond boekweitmeel koste 6 cent, een bus appelstroop 14 cent, een ei koste 4 of 5 cent. Soms 6 op de veiling. De thuisnaaister vroeg voor een hele dag naaien 5 gulden en de kost wat in de tijd al veel was. In het eerste jaar toen ik 17 jaar oud was kreeg ik een stevige nieuwe fiets die koste bij een rijwielhandelaar 50 gulden. Een degelijke fiets die ik in de Oorlogswinter aan de Duitse Hitlerjugend af moest geven jammer genoeg. Ook Opa-Va moest zijn fiets afgeven.
Dat was toen voor ons een groot gemis. We zijn dan ook na de oorlog met een rijtuig en een roodbont groot paard ervoor met Gerard, Riet en Truus (de kinderen die we toen hadden) naar Oma Baltussen en op de Horster kermis, bij Opa Holtermans, geweest. Opa Va werkte in de speeltuin. Omdat we geen huis meer hadden na de oorlog mochten  we in “Ons Buiten” wonen. En opa Va mocht er ook werken. Met een man uit Baarlo heeft hij met het geladen geweer bij ex N.S.B-ers (mannen) de wacht gehouden. De mannen kwamen de loopgraven op “ons buiten” dicht maken of allerlei rommel opruimen. Ze hadden hun koppen kaalgeschoren en kregen bijna niets te eten. Na het werk moesten ze teruglopen naar de stad (ongeveer 20 min) met de tong op hun schoenen. De vrouwen van de N.S.B-ers hadden hun dan een mager potje klaargemaakt in de schoolzalen, waar ze op ijzeren soldatenbedden sliepen. Ook de vrouwen waren kaalgeschoren. Dat was hun straf omdat ze samen met de Duitsers hadden geholpen mensen dood te schieten. 







Hoofdstuk 3: De Tienerjaren (10-20 jaar)
Vraag: Welke taken had u thuis? Waren er bijzondere kwarweitjes die u moest doen?
Ik was dertien jaar oud toen ik bij mijn oom Gerard en Tante Drika op de Leensel in Liessel moest helpen op het land en kleren verstellen op de naaimachine of met de hand. Thuis hielp ik moeder met wassen in de kuip op het wasbord, sokken stoppen, of op het land onkruid wieden.
Vraag: Kreeg u zakgeld? Waar ging dat meestal aan op?
We kregen geen zakgeld. Wel hadden we thuis een kostganger van wie we af en toe wat kregen. Daar kochten we dan dropkatjes of pinda’s voor. Grootmoeder had dikwijls pepermuntjes, maar zakgeld kregen we niet. Alleen een paar dubbeltjes met de kermis.
Vraag: Van welke vervoersmiddelen werd bij u thuis gebruik gemaakt?
We gingen te voet naar school en kerk. Mijn vader en moeder hadden een fiets. Ik was 17 jaar toen ik mijn eerste fiets kreeg. We hebben toen ik al groot was een rijtuig gehad voor vervoer van oma naar de kerk, en we hadden thuis een bruin paard dat Max heette.
Vraag: Heeft u voortgezet onderwijs gevolgd en hoe lang?
Na de lagere school heb ik een naaicursus gevolg. Een winter lang in het zaaltje bij de meisjesschool. Deze werd gegeven door een kapzuster. Bij ons was vroeger het grootste voornaamste dat je een goede huisvrouw zou worden. 
Vraag: Welke vakken vond u het leukst? En waren er vakken waar u een hekel aan had?
Ik kan niet zeggen dat ik een lievelingsvak had. Misschien tekenen. Schrijven deed ik niet zo graag, lezen wel. Zingen deed ik ook heel graag. Ook kon ik goed breien, borduren en naaien. We hebben wel eens kerkkleden van wit linnen met rode borduurzijde moeten borduren. Heel secuur werk!
Vraag: Heeft u op school of thuis seksuele voorlichting gehad?
Op school hebben we nooit seksuele voorlichting gehad, en mijn moeder had mij over de menstruatie niets vertelt. Toen mij die overviel (ik was toen 14 jaar oud) was ik zo wijs dat ik naar moeder ging die me zei “nu ben je een groot meisje”. Ik kreeg katoenen doekjes met sluitspelden en moest me zelf maar verzorgen. Meer seksuele voorlichting kreeg je niet, daar moest je zelf maar achter zien te komen. Over de jongens werd niets gezegd.
Vraag: Deed u aan sport?
Echte sport niet. Wel krijgertje spelen. Hardlopen, touwtje springen in een wijde boog met een hele groep meisjes, hinkelen en ballen tegen de muur.


Vraag: Speelde u op een muziekinstrument? Waarom juist dat instrument?
Zelf speelde ik nooit op een instrument. Wel heel veel zingen. Gewone liedjes en ook veel kerkliederen. Toen ik van school af was heb ik met nog twee meisjes als hoge sopraanstem de solo zangeres bij het zingen van Latijnse en Hollandse liedjes zoals het Latijnse Ave Maria, het Magnificat en nog meer van die lofzangen, gezongen. Begeleid door het mooie orgel van de trotse Sint Willibrordkerk van de Neerkant, die in de oorlog 40-45 met de grond gelijk gemaakt is door de beschietingen en de bommen. Ik vond het altijd heerlijk om te zingen. Ook je overgrootmoeder had een hele mooie zangstem. We zongen soms op zomeravonden buiten, terwijl je overgrootvader Jacob Baltussen op een fluit speelde. Mijn broers Frans en Toon speelden nog in latere jaren op een knop accordeon. We kamen wel uit een muzikale familie. Vroeger kwamen er ook met Vastenavond arme kinderen uit de Peel aan de deur met een foekepot, een bus zonder deksel met daarover een varkensblaas gespannen. Daarin werd een gaatje gemaakt waar een houten stokje doorheen gestoken werd. Bewoog je dit stokje dan kwam er een brommerig geluid uit, zo van foeke, foeke, foeke. Ze kregen een paar cent en trokken dan weer verder naar andere huizen. Ook werden er rond Pasen grote vuren gestookt van takkenbossen en berkenwijnen en ander klein hakhout. Rondom het vuur werd in een kring gedanst. Oude gebruiken die er nu niet meer zijn.
Vraag: Deed u wel eens mee in toneelstukjes of muziekuitvoeringen?
Ik ben wel eens engel in een kerstspel over feeën en heksen geweest met nog enkele andere meisjes. We mochten dan zingen in het zaaltje van de school. De kleren kregen we dan van de zusters die ons les gaven.
Vraag: Was er dan veel publiek?
Meestal veel moeders van de kinderen uit het dorp. Van de Boerderijen waren er minder die moesten werken.
Vraag: Was u lid van een club? Wat voor een club was dat?
Er waren toen nog geen clubs. Wel was er een mannenzangvereniging die in de zaal concerten gaven ‘s avonds. Dan lagen wij al lang en breed in bed te slapen. En je had de toneelvereniging Onderling Kunstgenot.
Vraag: Welke liedjes waren populair?
Hop Mariannekke, stroop in ’t kanneke.
Langs berg en dal
Zachtjes klinkt het avondklokje (marialiedje)
Avé Maria – Gratia plena.
“zeg kwezelke wilde gij dansen” Vlaams liedje.
Vraag:Zat u op dansles? Welke dans was erg in?
        Ik heb in mijn jonge tijd geen dansles gehad. Meisjes en jongens dansten in danszalen de polka, de mazurka en dan had je nog de wals. Was de dans half uit dan kwam de zaalhouder soms drie, soms 5 cent ophalen die de jongen betaalde. Kijkers betaalden zo geen entree.
Vraag: Hoe was u gekleed? Verschilde die kleding van wat de jonge mensen tegenwoordig dragen?
Netjes en zedig. Geen korte rokken, geen blote halzen en armen. De kleding was degelijk en niet opzichtig. Geen lambadarokjes. Men droeg mooie leren schoenen met een bandje en knoopje. Geen spitse hakken. Iedereen was netjes gekleed op de dorpen als men uitging. Alleen hoertjes waren wat opzichtiger gekleed. Je kon ze er zo tussen uit halen.
Vraag: Waren er mensen of zaken die van invloed waren op uw danken en handelen indertijd? Waarom?
Ja, er werd op school, vaak door rijkere kinderen, minachtend gesproken over arme mensen. Dat voelden we. Meisjes van rijke mensen hadden ook rijke vriendinnetjes. Maar er waren meer armen dan rijken, en door de grote gezinnen hadden we veel vriendjes en vriendinnetjes. Rijke gezinnen gaven aan de armen (niet allemaal, je had ook vrekken). Ik was in die tijd toch wel gelukkig en probeerde goed te leren, want meisjes leerde in deze tijd meestal niet verder. Leren was al gericht om een goede huisvrouw en goede moeder te worden.
Vraag: Kon u als tiener opschieten met uw ouders?
Mijn vader was een hele lieve man die ons de liefde voor de natuur bijbracht. Als kleine kinderen nam hij ons Zondags mee aan de hand, en ging met mij en mijn oudste zusje Truus (die met elf jaar dood ging) wandellen. Hij wees ons de bloemen en planten in het veld en leerde ons hun namen. Ook bracht hij ons bij niets in de natuur te verwoesten. Hij leerde ons ook de namen van bijen, wespen en vlinders. En de kleine plantjes waaronder de zonnedauw, die nu niet meer te vinden is in de Astense Peel. Als jong meisje heb ik met mijn moeder ook weinig strubbelingen gehad. Maar je moet niet vergeten dat we streng opgevoed waren en gehoorzaamheid aan de ouders in bijna alles een eerste vereiste was. De pastoor die een streng huwelijksprogramma opstelde. Voor het huwelijk geen seksuele contacten met je jongen of meisje. Pillen waren er niet. En tussen haakjes “voor het zingen de kerk uitgaan” mocht ook niet. Men boelde hiermee dat de zaadlozing van de jongen tijdens het vrijen buiten de schede van het meisje moest gebeuren. Een zware doodzonde. Dit moest trouwens ook gebiecht worden. Je mag gerust weten dat we het met deze regel soms heel erg moeilijk hadden toen we verkering hadden. Werd een meisje toch zwanger dan werd daar schande van gesproken. Toen ik zo’n 12 tot 17 jaar was had ik geen vaste jongen. Dat kwam later pas. Ik had wel vriendjes en vriendinnetjes maar mocht zelden ‘s avonds uit. Maar toch werd er toen veel gelachen. Er was toen nog alleen een zangkoor en fanfare. En voor de jongens bijeenkomst van de Familie en de meisjes de Congregatie van Maria Onbevlekt ontvangen. Ieder apart. Er werden dan geestelijke liederen zoals “onreinste der schepselen o moeder en maagd” gezongen. Een driestemmig Avé Maria waarin ik een hoge sopraan stem was. Ik kan dit nu nog wel zingen. Dat vergeet men niet.






Hoofdstuk 4: Familietradities en feestdagen
Vraag: Werd er bij u thuis Sinterklaas, Kerstmis, Oud en Nieuw gevierd? Hoe?
Ja zeker. Met Sinterklaas morgen kwamen we vroeg uit bed. ‘S avonds werd de klomp gezet met haver en wortelen voor het paard van Sinterklaas. Enkele speculaasjes en een mannetje van deeg gebakken door bakker Broekmans, de zogeheten mikkeman. Een paar chocoladebeestjes en wat pinda’s en een suikerbeest. Een rozenkrans of kerkboekje en een prentenboekje. Een das, muts of handschoenen die door vader en moeder gebreid waren als wij sliepen. Met kerstmis was er een kribje met kleine, van papier mache gemaakte, beeldjes in een stalletje. In de kerstboom hadden we kaarsjes die branden als we allemaal kerstliedjes zongen. ‘S morgens gingen we om 5 uur naar de nachtmis met grootmoeder. Door de sneeuw en de kou naar de Willibrordus kerk van de Neerkant. Als we dan thuis kwamen kregen we chocolademelk met een krentenbol. In de Kerstnacht liet mijn vader, bij het vee op stal, een lantaarn branden omdat Maria haar Kindje in een stal ter wereld had gebracht. Met oud en nieuw werd er om twaalf uur met carbidbussen geknalt. Het zogenaamde inschieten. Er werd meestal gekaart en koffie gedronken. De mannen en grote jongens kregen een borreltje. Maar na twaalf uur ging iedereen maar gauw naar bed want ‘s morgens moest men weer vroeg op. Ook op zondagen! Verjaardagen waren sober. Wat snoepjes, pinda’s of een zoete koek van eieren (door grootmoeder op het fornuis gebakken) was alles wat we kregen. En we waren er blij mee.
Vraag: Herinnert u zich nog iets van cadeautjes waar u erg blij mee was?
De cadeautjes (of eigenlijk waren het niet eens cadeautjes) waar mijn zus Truus en ik van genoten, was het speelgoed van onze buurmeisjes die bij het dorp Liessel hoorden. Twee buurmeisjes van onze leeftijd. We mochten Zondags bij hen komen spelen met poppen, een fornuisje, ballen en springtouwen. Als het goed weer was speelden we verstoppertje, kropen onder het hooi of de beuken heg om hun huis heen. Om 4 uur kregen we een kopje koffie met suiker. De boerin ging Zondags naar het Lof en ‘s winters als het slecht weer was werd om 3 uur ‘s middags de rozenkrans gebeden. We kregen ook nog een boterham van eigen gebakken mik uit de oven buiten. Heerlijke herinneringen!
Vraag: Werden er nog andere (kerkelijke) gedenkdagen bij u thuis gevierd? Waren die belangrijk voor het gezinsleven? Denk daarbij aan eten dat werd opgediend, muziek, voorlezen uit de bijbel of uit een ander boek, enzovoort.
Pasen, Pinksteren, Kerstmis, Maria Hemelvaart en het Feest van het Heilig Hart. Een groot zwart Hartbeeld stond op de hoek bij de school en aan de andere kant de prachtige Willibrordus kerk, waarin ik met Opa-Va trouwde ( en die in de oorlog is verwoest op 11 november 1940), in moderne stijl opgebouwd in gele steen.
Op de feestdag van het Heilig Hart, 14 Juli, gingen alle gelovigen in Prossessie met Fanfare Sint Willibrordus een hulde brengen, en zongen we “Roomsen dat zijn wij met ziel en harte, Roomsen dat zijn wij met woord en met daad”. Maar ik vraag me nu soms wel eens af, meenden we dit wel echt? Pastoor leefde er goed van. Hij kreeg van alles toegestopt, smeerde het hele jaar roomboter, kreeg karbonade als in een gezin een varken werd geslacht. Kreeg turf van de Peelwerkers voor in de kachel te stoken. Deze mensen hadden soms geen geld om de vele kinderen die ze meestal hadden goed te kleden en eten te geven. Maar de dikke Pastoor Snoeys werd in de watten gelegd. Onze Lieve Heer had de dingen in ons dorp niet goed in handen van deze armoedzaaiers. Wat moeten we hier van denken? Waren ze een beetje dom? Eerbied voor de arme sloebers. 


Hoofdstuk 5: Uw leven voor uw huwelijk.
Vraag: Wanneer heeft u uw beroepsopleiding voltooid?
Het echte boerenleven hield op bij mijn huwelijk in de oorlogsjaren. We woonden in Venlo, een Limburgs grensstadje, dat in de oorlog 40-45 geheel plat gebombardeerd werd met heel veel oorlogsslachtoffers.
Vraag: Wanneer bent u zelfstandig gaan wonen?
Op 19 November 1941, de dag na ons huwelijk. We woonden met nog een gezin dat 4 kleine kinderen had, in een huis met twee kamers beneden, kleine achterkeuken met W.C. en berging. We hadden een grote achtertuin om groenten te telen. Ook stonden er appel en perenbomen waarvan we de helft kregen. De buurman met 5 kinderen kreeg ook de helft. We hoefden geen groenten te kopen, alleen aardappelen. Ook kregen we veel groente en fruit van Grootvader uit Horst en Oma uit de Neerkant.
Vraag: Was uw salaris groot genoeg om van te leven? Hoe ging dat in die tijd als je niet genoeg verdiende om rond te kunnen komen?
Opa Va verdiende genoeg bij werkzaamheden in een dakpannenfabriek. Wel zwaar werk en vroeg op. En toen de eerste kinderen gauw achter elkaar (Gerard en Riet) jongen 1942, en meisje 1943, geboren werden moesten we zuinig zijn. Toen dan ook in 1944 de oorlog in alle hevigheid losbarstte kon Va niet meer werken. Voor de Duitsers werkte hij niet! We kregen Duitse inkwartiering in de voorkamer van Hofman, die toen voor de Duitsers werkte bij de aanleg van het Venlose-Duitse vliegveld. De eerste Duitsers hadden een vrachtwagen en gingen over de Maas naar Horst, waar de mensen al uit hun huizen verdreven waren, een varken en ganzen halen. Die werden dan op onze achterplaats geslacht en verwerkt. Ik moest hun uit onze kelder een houten ton geven waarin het varken werd ingezouten. De ganzen werden geplukt en op ons fornuis gebraden. Wij kregen er ook een deel van. Na een paar dagen moesten ze weer naar een andere plaats. Va was overdag niet thuis. Hij ging over de Nijmeegse weg naar een Klooster van Zusters. Er waren Duitse en Hollandse zusters bij elkaar. Meisjes die eigenlijk van hun orde in Duitsland hier waren gekomen. Het Klooster heette Albertushof. Hun knecht was een uitgetreden broeder uit een klooster dicht bij Nijmegen en heeft de oorlogswinder bon ons in de kelder ondergedoken gezeten. Daarover later meer.
Al waren er zusters van Duitsland bij, ze moesten niets hebben van Hitler. We kregen weer nieuwe Duitsers in huis waarvan er eentje mij eens een paar nieuwe kousen wou geven en voor een nieuwe fiets zou zorgen als hij met mij eens een slippertje kon maken. Maar dan was hij toch niet aan het goede adres! Een hoertje had later “das neue fahrad” onder haar kont. Een vrouw die voor ons in ons huis woonde. Tegen vrouw Hoffman vertelde ze dat ze voor de Duitsers had gewassen, en toen de fiets had gekregen. Ze woonde in een bungalow achter het kappelletje van Genooi. Uit deze bungalow waren Joden gevlucht, naar Amerika met een vliegtuig. Deze vrouw had geen kinderen, wel een goede man uit Sevenum, Hein. Met een nichtje was ze toen (als men het een beroep mag noemen) prostitué. Ze had heel licht geblondeerde haren, niet opzichtig gekleed. Er waren in het bosje waarin ze woonde Joden ondergedoken in een kleine veestal. De Duitse soldaten en ook soms Duitsers, officieren en andere hoge NSB’ers kwamen bij haar op bezoek en hadden het in de gaten gekregen dat er joden huisden. Op een avond werden er klopjachten gehouden, ook in de boerderijen in die omtrek. Er werden Joden gevangen genomen die later ook in Duitse strafkampen zijn omgekomen in de gaskamers of van honger en ellende. In ons huis kwamen nieuwe Duitse soldaten oudere mannen zo rond de vijftig jaar. Ze wasten zich s ‘morgens onder de pomp buiten, lekker fris omdat er geen bad was in ons huis. Een soldaat van rond de vijftig jaar zat eens tegen de meer op een veilingkistje, uit de zon, naar een foto te kijken met tranen in de ogen. Toen ik een emmer water wilde pompen vroeg ik wat er was. Hij vertelde mij dat hij zijn enigste zoon verloren was in de oorlog. Hij had bericht gekregen.
Deze was een jongen van 19 jaar. Hij was een boer en leefde in Ludeten, Duitsland. Omdat zij (vader en zoon), van Hitler in dienst moesten was de vrouw alleen op de boerderij met twee Joodse mannen die nu het boerenwerk op de grote hoeve moesten doen. Omdat hij dikwijls in een andere plaats was kreeg hij ook geen brieven van thuis. Vanuit het Duitse leger had hij nu een bericht gekregen van het sneuvelen van hun enigste kind. Hij had aan zijn commandant gevraagd of hij met verlof mocht naar zijn vrouw. Dit werd hem niet toegestaan. Wel mocht zijn vrouw naar Venlo komen maar hij ei, zijn vrouw had nooit gereisd en durfde dat in die oorlogstijd niet aan. Zielig. Enkele dagen later kwam de man niet meer. De andere Duitsers vertelden dat hij ziek was en naar het hospitaal over was gebracht. De man zei tegen mij dat hij de Krieg ook niet gewild had. Maar in dienst moesten veel eenvoudige soldaten gewoon hun mond houden, anders werden ze ook neergeknald. Hitler en medetirannen hadden het hoogste en laatste woord.

Hoofdstuk 5: Uw leven voor uw huwelijk.
Vraag: Wanneer heeft u uw beroepsopleiding voltooid?
Het echte boerenleven hield op bij mijn huwelijk in de oorlogsjaren. We woonden in Venlo, een Limburgs grensstadje, dat in de oorlog 40-45 geheel plat gebombardeerd werd met heel veel oorlogsslachtoffers.
Vraag: Wanneer bent u zelfstandig gaan wonen?
Op 19 November 1941, de dag na ons huwelijk. We woonden met nog een gezin dat 4 kleine kinderen had, in een huis met twee kamers beneden, kleine achterkeuken met W.C. en berging. We hadden een grote achtertuin om groenten te telen. Ook stonden er appel en perenbomen waarvan we de helft kregen. De buurman met 5 kinderen kreeg ook de helft. We hoefden geen groenten te kopen, alleen aardappelen. Ook kregen we veel groente en fruit van Grootvader uit Horst en Oma uit de Neerkant.
Vraag: Was uw salaris groot genoeg om van te leven? Hoe ging dat in die tijd als je niet genoeg verdiende om rond te kunnen komen?
Opa Va verdiende genoeg bij werkzaamheden in een dakpannenfabriek. Wel zwaar werk en vroeg op. En toen de eerste kinderen gauw achter elkaar (Gerard en Riet) jongen 1942, en meisje 1943, geboren werden moesten we zuinig zijn. Toen dan ook in 1944 de oorlog in alle hevigheid losbarstte kon Va niet meer werken. Voor de Duitsers werkte hij niet! We kregen Duitse inkwartiering in de voorkamer van Hofman, die toen voor de Duitsers werkte bij de aanleg van het Venlose-Duitse vliegveld. De eerste Duitsers hadden een vrachtwagen en gingen over de Maas naar Horst, waar de mensen al uit hun huizen verdreven waren, een varken en ganzen halen. Die werden dan op onze achterplaats geslacht en verwerkt. Ik moest hun uit onze kelder een houten ton geven waarin het varken werd ingezouten. De ganzen werden geplukt en op ons fornuis gebraden. Wij kregen er ook een deel van. Na een paar dagen moesten ze weer naar een andere plaats. Va was overdag niet thuis. Hij ging over de Nijmeegse weg naar een Klooster van Zusters. Er waren Duitse en Hollandse zusters bij elkaar. Meisjes die eigenlijk van hun orde in Duitsland hier waren gekomen. Het Klooster heette Albertushof. Hun knecht was een uitgetreden broeder uit een klooster dicht bij Nijmegen en heeft de oorlogswinder bon ons in de kelder ondergedoken gezeten. Daarover later meer.
Al waren er zusters van Duitsland bij, ze moesten niets hebben van Hitler. We kregen weer nieuwe Duitsers in huis waarvan er eentje mij eens een paar nieuwe kousen wou geven en voor een nieuwe fiets zou zorgen als hij met mij eens een slippertje kon maken. Maar dan was hij toch niet aan het goede adres! Een hoertje had later “das neue fahrad” onder haar kont. Een vrouw die voor ons in ons huis woonde. Tegen vrouw Hoffman vertelde ze dat ze voor de Duitsers had gewassen, en toen de fiets had gekregen. Ze woonde in een bungalow achter het kappelletje van Genooi. Uit deze bungalow waren Joden gevlucht, naar Amerika met een vliegtuig. Deze vrouw had geen kinderen, wel een goede man uit Sevenum, Hein. Met een nichtje was ze toen (als men het een beroep mag noemen) prostitué. Ze had heel licht geblondeerde haren, niet opzichtig gekleed. Er waren in het bosje waarin ze woonde Joden ondergedoken in een kleine veestal. De Duitse soldaten en ook soms Duitsers, officieren en andere hoge NSB’ers kwamen bij haar op bezoek en hadden het in de gaten gekregen dat er joden huisden. Op een avond werden er klopjachten gehouden, ook in de boerderijen in die omtrek. Er werden Joden gevangen genomen die later ook in Duitse strafkampen zijn omgekomen in de gaskamers of van honger en ellende. In ons huis kwamen nieuwe Duitse soldaten oudere mannen zo rond de vijftig jaar. Ze wasten zich s ‘morgens onder de pomp buiten, lekker fris omdat er geen bad was in ons huis. Een soldaat van rond de vijftig jaar zat eens tegen de meer op een veilingkistje, uit de zon, naar een foto te kijken met tranen in de ogen. Toen ik een emmer water wilde pompen vroeg ik wat er was. Hij vertelde mij dat hij zijn enigste zoon verloren was in de oorlog. Hij had bericht gekregen.
Deze was een jongen van 19 jaar. Hij was een boer en leefde in Ludeten, Duitsland. Omdat zij (vader en zoon), van Hitler in dienst moesten was de vrouw alleen op de boerderij met twee Joodse mannen die nu het boerenwerk op de grote hoeve moesten doen. Omdat hij dikwijls in een andere plaats was kreeg hij ook geen brieven van thuis. Vanuit het Duitse leger had hij nu een bericht gekregen van het sneuvelen van hun enigste kind. Hij had aan zijn commandant gevraagd of hij met verlof mocht naar zijn vrouw. Dit werd hem niet toegestaan. Wel mocht zijn vrouw naar Venlo komen maar hij ei, zijn vrouw had nooit gereisd en durfde dat in die oorlogstijd niet aan. Zielig. Enkele dagen later kwam de man niet meer. De andere Duitsers vertelden dat hij ziek was en naar het hospitaal over was gebracht. De man zei tegen mij dat hij de Krieg ook niet gewild had. Maar in dienst moesten veel eenvoudige soldaten gewoon hun mond houden, anders werden ze ook neergeknald. Hitler en medetirannen hadden het hoogste en laatste woord.

Hoofdstuk 6: Uw huwelijk
Vraag: Waar en hoe ontmoette u opa voor het eerst?
Ik ontmoette opa voor het eerst toen ik 17 jaar oud was, maar ben in die twee jaar dat ik in Sevenum Kronenberg woonde, nooit verliefd op hem geweest. Hij was ook bevriend in die tijd met de jongen (ook een boerenknecht) waar ik verkering mee kreeg later. Er was toen niet zoveel vertier in die jaren.
Vraag: Hoe oud was u toen u elkaar ontmoette?
Ik was toen 17 jaar oud. Opa woonde bij de buurman (boer Janssen) de buurman van Grad Philipsen waar ik ging werken, in een gezin wat bestond uit vader, moeder en 10 kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar. De oudste was een jongen en de jongste ook. Het waren drie meisjes en zeven jongens. Vrouw Philipsen had de handen vol. Ze hadden al meerdere dienstmeisjes gehad. De man was een beetje een zuurpruim. De vrouw was een knappe boerin die de mode van toen al goed op haarzelf toepaste. Ze waren goede Katholieken en iedereen, de boer en boerin en ook de schoolgaande kinderen en ik zelf woonde de Heilige mis in de Theresia Kerk op de Kronenberg bij. Ook werd het Rozenhoedje gebeden ‘s avonds. Voor en na het eten werd gebeden. Ik werd niet meteen verliefd op opa, praatte wel eens met hem en fietsten samen wel eens naar de wei om de koeien te melken. Opa kon goed melken. Ook deed hij zijn werk heel punctueel en ijverig bij boer Janssen. Toen ik het tweede jaar bij boer Philipsen woonde, moest Opa bij de landmacht. Soldaat worden in Ede bij de Cavalerie. Heb wel met heb gepraat over de dood van zijn moeder die in die jaren overleed. Een moeder, ook uit een groot gezin van 10 kinderen, de jongste ome Lowie van Horst was toen drie jaar. Van de dood van zijn moeder heeft hij veel geleden. Al zei hij er niet zo veel over. In die tijd dat ik in Sevenum woon kreeg ik kennis en ging later ook met hem uit aan Thei Billekens. Hij was vier jaar ouder dan ik. Toen ik na twee jaar vertrok  bij Philipsen. Ze hadden toen een eigen meisje van school. Ik ben toen een jaar boerendienstmeisje geweest bij mijn oom Tinus (een broer van vader). Zijn vrouw Tante Trui was ouder als Ome Tinus. Haar eerste man was overleden toen ze met vier kleine kinderen achterbleef. Oom Tinus was de oudste broer van Opa Baltussen. Bij hem bleef ik maar een jaar. Toen trouwde mijn neef Jacob die nog thuis was en kwam er een jonge vrouw in hun huis. Hij en zijn vrouw zijn al overleden. Zijn andere broer Toon (een volle neef van mij leeft nog in overloon). Hun boerderij en landerijen liggen nu langs de weg naar Venray. Er wonen nu andere mensen die ik niet ken.


Vraag: Werd aan de ouders van de bruid om de hand van hun dochter gevraagd? Hoe ging dat?
Als men ging touwen ging men dat samen aan de ouders, in ons geval aan Oma Baltussen (opa was al overleden) vragen. Maar niet heel erg officieel. Oma was toen nog niet zo lang weduwe. Oom Lowie Baltussen is geboren toen ik in Oirlo woonde. Toen is ook mijn verkering met Thij Billekens uitgeraakt. Toen ben ik weer naar Horst Meterik verhuist en kwam bij boer Hoeben terecht in een gezin met tien kinderen.
Heel hard werken, vroeg op om het vee te verzorgen en te melken. En ook nog laat naar bed en karig met het eten en drinken. S ’morgens alle kinderen, behalve de baby die ze in die tijd ook nog bij kregen, wassen. Sommigen in een teil, omdat ze in bed plasten. Een douche was er toen nog niet. Als ik ze dan verzorgt had en gedeeltelijk op weg naar school had gestuurd, kon ik pas aan mijn ontbijt beginnen. De twee knechten waar dan al op het land aan het werken en de boer had de kippen verzorgd en de varkens te eten gegeven. Dan was het inmiddels half negen geworden. Zo ging dat toen allemaal. In die tijd brak de tweede wereld oorlog uit en moest Opa-Va weer in dienst bij de Artillerie bij de Hollandse Waterlinie. Bij Dordrecht in de buurt heeft hij het bombardement bij Rotterdam gezien. Daarna is hij op de Zeeuwse eilanden terecht gekomen, Hij kwam met de fiets op 24 mei, zijn verjaardag, weer veilig thuis. Assenbroek was zijn laatste plaats waar hij bleef. Van zijn compagnie is niemand gesneuveld. 
Toen we dan ook na de oorlog, ik was nog een jaar bij Oma Baltussen thuis en heb in die tijd meer verdiensten thuis gebracht. Voor de oorlog kreeg ik van haar 50 gulden, daar moest ik mijn hele uitzet voor kopen, en matrassen voor in mijn bed. Ik had toen ik trouwde een mooie donkerblauwe jurk met een strik, een blauwe effen jas en een blauwe hoed met veer. Zwarte kousen en blauwe leren schoenen met houten blokjes zolen. We trouwden in de Sint Willibrord Kerk, die in de oorlog totaal verwoest is. De Huwelijksmis koste 50 gulden. Na de mis met de fiets naar Horst Melderslo waar het bruiloftsmaal door zussen van Opa-Va gezorgd hadden. En we al rijstepap met geklopte eieren klaar hadden gemaakt en ons bruidsbed in ’t kleine rommel karretje opgemaakt was. Na het eten naar de Cafe’s van Melderslo. Dit waren er maar een paar. Een borreltje of een biertje drinken. Mijn moeder was zonder dat ik het wist en ze mij geen hand meer had gegeven we naar huis gefietst.
Vraag: Vertelt u eens iets over uw trouwdag.
Ik als oudste dochter trouwde omdat we in die moeilijke tijd, plotseling een huis konden krijgen. Het zal voor haar wel heel moeilijk zijn geweest (zo zonder nog een man te hebben) en nog zoveel zorg over alles en dan nog zo veel jonge kinderen. Oom Lowie mijn broer is maar vier jaar ouder als Gerard mijn oudste zoon. Ze hebben vaak samen gespeeld en ook Riet, en Truus (jou moeder) en Lies kunnen Oma nog wel herinneren. De fijne vakanties op de Neerkant.




Vraag: Heeft u een huwelijksreis gemaakt?
        We hebben geen huwelijksreis gemaakt. Het huis waarin we gingen wonen in Venlo had ik voor mijn trouwen niet gezien. De broer van je opa was er uit gegaan nadat hij maar een paar maanden in Venlo was. Hij kreeg toen een woning van zijn baas. In die jaren kwam men heel moeilijk aan een huis. Daags nadat we trouwden werd ons bed weer afgebroken in Melderslo, en reden we met een vrachtwagen met ons hele hebben en houden, het aller noodzakelijkste: een keukentafel, zes houten stoelen, een kleine keukentafel met la, een splinternieuw fornuis van 50 gulden (heel wat in die tijd), Potten en Pannen met bakjes zand, zeep en soda. Het nodige bestek, nog van goede kwaliteit, een nieuw bed, een kleerkast (tweedehands) een houten wastafel (tweedehands), een porseleinen wasstel, porseleinen kom met lampetkan, een geëmailleerde plaspot, gordijnen, overgordijnen, en kleren en linnengoed. Voldoende voor toen. Textiel kopen zoals hand en theedoeken was op. Punten waren die op kon men ook niets kopen. We waren blij dat we buiten de stad konden wonen. En toen we langs de Maas reden en bij het Kruiswegpark en Kapelletje van Genooi kwamen onder de hoge bomen en Opa-Va zei “we zijn er bijna” was ik heel gelukkig, omdat we mooi tussen het groen en bomen en de rivier de Maas in een landelijke omgeving konden wonen. Dit was eigenlijk onze Huwelijksreis

Vraag: Hoe vond u het om getrouwd te zijn?

        Vreemd en ongewoon, van het land naar de stad. Omdat we veel van elkaar hielden viel alles best mee. De buren waren fijne, hardwerkende mensen. En troost konden we vinden in het Maria-Kappelletje van Genooi, een landelijke omgeving.
Vraag: Wanneer hebt u uw eerste kind gekregen?
We waren ruim negen maanden getrouwd toen op een zondag onze eerste zoon Gerard werd geboren. Ons eerste en enigste Zondagskind. De anderen kwamen allemaal op een doordeweekse dag.
Vraag: Kunt u iets vertellen over de geboorte van mijn moeder (Truus)?
Je moeder kwam in een zeer moeilijke tijd ter wereld. Ik was in verwachting toen we in November 1944 door de Duitse soldaten uit ons huis werden gejaagd. In de stromende regen met tante Riet op mijn arm en oom Gerard aan de hand, nog heel klein, zijn we in het begin van de avond op 24 November 1944, naar een lege kelder gegaan. Kinderbedjes en spiraal van eigen bed op de grond, gelijk met onze buren met vijf kleine kinderen, die ook op de vloer sliepen. De dag erop haalden we het fornuis, het ledikant, en verder wat linnengoed en het keukengerei. Het allernoodzakelijkste omdat ik weer in verwachting was stopte Opa-Va het kleine baby goed in een kist bij de kelder waarin we zaten in de grond. Een paar dagen later kwam boer Driessen met vrouw en veertien kinderen en nog een paar andere gezinnen, een broeder uit het klooster Albertushof. Drie onderduikers. Op een ogenblik toen er niemand meer kijken als mollen onder de grond, en omdat er geen kachels waren maar wel onze fornuizen waar we op moesten koken, waren er 94 personen waarvan Tante Riet die nog in de box zat. Een pater en broeder sliepen bij ons. Tussen de dikke muren waren we tamelijk veilig.
Vraag: Vertel eens een leuk verhaal over uw levenspartner.
Toen we na de bevrijding in een houten huisje in speeltuin “Ons buiten” woonden en Opa-Va met vrienden zat te kaarten op oudejaarsavond, met Naadje Camps die veel lachte, en bij ons kwam, wilde hij opstaan om iedereen een Zalig Nieuwjaar te wensen en zakte door een oud rieten stoeltje met de benen in de lucht! Letterlijk viel hij het nieuwe jaar binnen. Allen lachten mee. Een zalig uiteinde.
Vraag: Bent u vaker getrouwd geweest? Wanneer en met wie?
Ik ben maar een keer getrouwd geweest. Heb nog wel eens kunnen trouwen met een man van een vroegere vriendin van mij, een rijke boer uit Liessel die nog op zijn boerderij woonde, toen zijn vrouw gestorven was. Maar hij had nog een zoon van 34 jaar in huis. En dat zinde mij niet. Hij wilde op zijn boerderij blijven wonen en voor poetshulp zorgen.
Vraag: Het waren andere tijden... Wat herinnert u zich van amusement:
Later is hij vanuit Liessel naar een burgerhuis gegaan en trouwde met een vrouw uit Limburg. Voor die vrouw ging hij wel in een ander huis wonen. Maar ik heb er geen spijt van en kan nu in mijn flatje tussen al het groen doen en laten wat ik wil en geniet van kleinkinderen en hobby’s, van het zingen in het kerkkoor en de fijne vakanties in het buitenland met mijn vriendin van 84 jaar. Als we maar redelijk gezond blijven. Gisteren 31 juni gewandeld op de Mokerhei met kerkkoor en daarna een heerlijk diner met alles er op en eraan in een van der Valck Restaurant (1990).

Het is hier niet moeilijk om te winkelen. Woon hier bij een groot winkelbedrijf (Trefcenter) waar je eigenlijk alles kan krijgen wat je nodig hebt. Drogisterij. Postkantoor en groot Restaurant om goed te eten ook Zondagsmiddags is het restaurant open. We hoeven eigenlijk maar zelden naar de stad. Eerst deed ik nog geregeld fietsen maar dat durf ik niet meer zo goed omdat ik weleens duizelig ben. Ga toch wel bijna iedere dag buiten een wandeling maken, naar de brievenbus, de bakker, de bank, de glasbak, ouderenbond, repetitie zangkoor, zaterdag of zondag naar de kerk zingen als de gezondheid het toelaat. Ben pas op de Neerkant geweest op Hemelvaartsdag en naar familiefeest van Tante Nel en Ome Sjang op zondag.
Geld is wel onmisbaar maar rijk zijn is voor mij niet nodig. Nu we bejaard zijn krijgen we wel van onze regering zoveel dat we het heel goed naar onze zin hebben. Geld in een oude sok hebben we niet. Arm zijn we zeker niet. Gelukkig kan ik met wat hulp van kinderen en kleinkinderen nog genieten in mijn flatje en in de zon op het balkon. Met een beetje poetshulp van jullie samen heb ik het hier best naar mijn zin.
Niets vind ik heerlijk als een goed middagmaal. Al mag ik geen zout (dit vind ik helemaal niet erg) heb ik liever een warme maaltijd zelf gekookt. En ik verheug me nu al op de komende vakantie in Julie met mijn vriendin Mevr. Dien  Paans 84 jaar oud, naar Oostenrijk. Lekker zomaar aan tafel schuiven.
Vraag: Kinderen grootbrengen..
Tien kinderen grootbrengen viel in die tijd (waaronder 7 meisjes) niet mee. Het was een heel werk. Meisjes die toen ze verkering kregen (zonder pil) maar moesten schipperen wat wel veel moeite kostte.
Vraag: Wat hebben we nu wel en toen niet?
Om over het bovenstaande verder te gaan. De Pil voor de vrouw was er nog niet en periodieke onthouding viel ook niet zo mee, want ik had dat ook wel ondervonden in mijn eigen jonge tijd. Heel veel nieuwe elektrische apparaten, computers. Televisie en iets van de laatste jaren de Magnetron. Geen vakanties om met een vliegtuig naar een vakantiebestemming te gaan. Zelf heb ik in 1968 een reis gewonnen naar Rome om met Vader te verblijven (volpension). 10 dagen om alles te bezichtigen en een audiëntie bij Paus Paulus in Castel Gandolfo mee te maken.
Vraag: Wat hadden we toen nog wel, en nu niet meer? 
Ouderwetse kinderwagen op heel hoge of heel lage wieltjes. Dak koven voor in te slapen. Vaak met nog deurtjes maar ook met rood of blauwe gordijntjes. In het bed lag meestal een bodem van haver en stro, waarop een beddenzak van linnen of katoen gevuld (eenmaal per jaar met verse haver kaf) als er op de boerderij gedorst werd. Heerlijk zacht en ook nog warm. In de hoofdkussens zat meestal kapok of ook donsveren van de geslachte kippen. De rijke mensen hadden echte zwanen donzen dekbedden en kussens. Verder waren er gestikte dekens (katoen met een vulling van katoenen watten en draadjes. We liepen door de week allemaal op klompen (blokken werden die in Brabant genoemd). In bijna ieder huis had men een ijzeren kachel. Soms met nog een trom er aan om eten op te koken. Rondbuikig met vierkante ondervoet met poten waarom met de voeten kon warmen. Een vuurtang van ijzer om een brandende turf of kooltjes voor in ’t strijkijzer. Er waren toen alleen katoenen en wollen kledingstukken. Want  wit katoenen onderrokken en schorten die nog velen droegen moesten gestreken worden.




Hoofdstuk 7: Grote gebeurtenissen in uw leven...
Vraag: Hebt u nog herinneringen aan de eerste wereldoorlog? Aan de distributie? De Spaanse griep?
Aan de Spaanse griep heb ik geen herinneringen. Aan de distributie wel. Dit was in de steden veel erger dan op een dorp. Op een dorp kon men gauwer hulp krijgen van de buren en de boeren. Dit is dan over de oorlog van 1940-1945 Maar over de oorlog 1914-1918 natuurlijk niet, want ik ben net na de oorlog op 9 Februari 1919 geboren. Heb er wel over horen vertellen. Er werd toen veel gesmokkeld vanuit Belgie. Met de fiets dwars door de Brabantse Peel vanuit Weert en Stramproy.
Vraag: Heeft u nog herinneringen aan de jaren dertig, de crisisjaren?
Ja zeker, de jaren van werkeloosheid in de steden. De jaren dat er nog veel armoe werd geleden in de grotere steden, zoals Helmond, Deurne. Ook veel werkeloosheid. De armenzorg had de handen vol. Door slechte behuizing in krottenwijken en ook door gebrek aan goed water in de Peel kwamen tering, TBC, roodvonk en vooral kinkhoest voor. Dagelijks hoorde je in de grotere steden de doodsklok luiden. De baby’s werden nog niet ingeënt, zelfs niet voor de mazelen, een besmettelijke ziekte.
Vraag: Heeft u herinneringen aan:
Het uitbreken van de tweede wereldoorlog?
Het uitbreken van de tweede wereld oorlog kwam (omdat er al mobilisatie aan voorafgegaan) was niet geheel onverwacht. Het eerste van de dingen waren de mobilisatie van de Hollandse militairen. De trotyl (springstof) aan de bomen aan de wegen van Horst uit naar Helenaveen en Griendsveen en ook aan de bruggen van de grote Peelvaarten in die streken.
Het bombardement van Rotterdam? De capitulatie?
Opa-Va heeft Rotterdam zien branden en is toen van de Zuid-Hollandse Eilanden over Goeree-Overflakke in Assenbroek gekomen tot de tijd dat hij naar huis mocht na de capitulatie van Nederland.
De Jodenvervolging:
In onze stad Venlo woonden nogal veel Joden. Er is nu een Jodenstraat. Deze waren meestal tamelijk rijke handelsmensen. In de Golziusstraat een van de deftigste straten van Venlo. Als ze nog niet gevlucht waren werden ze met grof geweld door de Duitsers uit hun mooie huizen gehaald. De Joden moesten allemaal een gele Jodenster op hun kleren dragen, Ik heb het wel eens gezien dat ze verdreven werden en dat hun hele inventaris van hun huis door de Duitsers op wagens geladen werd en verkwanselt.
Gebeurtenissen en avonturen in de bezettingstijd?
Vele dingen waren op de bon. Men moest op bonnetjes die toegewezen werden in de winkel gekocht worden. Aardappelen en groenten ging men zonder bon bij de boeren en tuinders halen. Ook zeep om te wassen was er bijna niet. In de keldertijd hebben de mannen in een kousenfabriek die verlaten was een grote 10 liter fles met vloeibaar bruine zeep gevonden en onder ons verdeelt. Toen we niets meer hadden zetten we de poep en plas luiers in gewoon heet water. 
De bevrijding
Venlo is op 1 Maart 1945 vanuit Duitsland bevrijdt. De Nacht voor de bevrijding kwamen twee Duitse Militairen in de kelder om de paardenknecht. Ze namen de paarden ingespannen in een kar en wagen mee en sloegen op de vlucht. In de morgen was de pater die bij ons was op de eerste vrijdag van de maand de ??? aan het lezen toen we het bericht hoorden dat Venlo door de Amerikaanse soldaten was bevrijdt. Maar wij werden pas s ‘middags bevrijd. Amerikaanse soldaten en tanks reden langs. Bij gebrek aan een echte vlag staken we een vlag uit van een fanfarekorps uit Venlo. Er stond een muzikant in uniform op, slaande op een dikke trom.
Vraag: Heeft u de watersnoodramp van 1953 meegemaakt?
De watersnood zelf niet, Wel hoorden we op die Zondag van de verschrikkelijke ramp op de radio en later televisie beelden. De hulp kwam al gauw op gang en werden de mensen van de daken en bomen gehaald. Ook verdronk er veel vee op de vele boerderijen. De dijken zijn nu beter, er is een waterkering op de gevaarlijkste plaatsen, bij de Roompot waar Opa-va en ik met Wies en Maria op vakantie zijn geweest na de watersnood. Deze grote ramp vergeten we ook niet zo gauw.
Vraag: Waar heeft u als volwassene gewoond? Waar heeft u met het meeste plezier gewoond en waarom?
Als jong meisje in Kronenberg-Sevenum bij boer Philipsen na mijn 17e jaar, gedurende twee jaar. Deze had toen een volwassen dochter die mee kon werken. Tweede jaar bij mij oom Tinus, een broer van mijn vader, ook op een boerderij. Toen trouwde een zoon – mijn neef en toen kwam zijn jonge vrouw mij vervangen. Toen in Horst-Meterik bij Boer Houben. Gezin met tien kinderen. Goede boer maar geen lieve vrouw. Ze minachtte de dienstmeisjes. Kon niet met haar opschieten. Groot bedrijf waar veel werk was. Veel vee, veel kinderen, Het tweede jaar ben ik er weggelopen.
Vraag: Wat was de grootste reis die u als volwassene ondernomen heeft? Waar ging de reis naar toe, wanneer was het, en met wie heeft u gereisd?
De grootste reis was de vliegvakantie naar Rome met Opa. Een reis die ik gewonnen had. We reisden daags tevoren met de trein naar Amsterdam, met de bus naar Schiphol. Zaterdagnacht op Schiphol geslapen. Zondags met vliegtuig van Transavia Holland met nog 92 mensen in ruim twee uur naar Rome gevlogen. Eerste vliegreis. In die tijd Particuliere Luchtvaart maatschappij. Medereizigers gingen allen op vakantie naar Rome. Allemaal vreemden met een Limburgse Reisleidster uit Baarlo. Zijn in de catacomben de Domitila en naar Buitenverblijf van de Paus Pius XII Castel Grandolf naar een massa audiëntie. Onderweg naar marmergroeven en wijn drinken in Trastevere. Een kamé fabriek en verder stadshuis in Rome en het Coliseum.
Veel moois. Ook stadhuis van Rome van binnen gedeeltelijk gezien. Het Forum Romanum en de Trevifontein. Buiten Rome aan de weg naar Napels lag ons hotel. Iedere morgen was er markt waar bijna alleen vrouwen met baby’s en kleine kinderen hangend aan hun rokken liepen. Groenten en vlees waar vliegen omheen gonsden. De mannen lagen in hun nest of waren al op weg om de kost te verdienen. In de middag ging een ieder wat rusten want dan brak de zon door. Rome is met prachtige Kerken een hele mooie stad. Ondanks een wat rommelige kijk in de smalle achterstraatjes.
Vraag: Bent u in militaire diens geweest? Misschien was u zelf betrokken bij oorlogshandelingen? Wanneer was dat en waar?
Je Opa is in dienst geweest, was bij de cavalerie in Ede. Samen zijn we nog eens naar een reünie geweest van oud soldaten in Ede. En ben ook toen Oom Giel in Seedorf in dienst was bij de Artillerie op bezoek geweest met trein en bus. Ook oom Sjaak die bij de Genietroepen in Zuid-Holland was is later ook in Seedorf in Duitsland gekomen. Opa kwam toen we nog niet getrouwd waren veilig in Horst terug. Wat we toen meemaakten zal degenen die dit alles beleefden zeker tijdens zijn of haar leven niet meer vergeten. We kunnen ons indenken wat de mensen in de andere delen van de wereld meemaken als er oorlog is. Zal het nog ooit vrede zijn over de hele wereld? Ik geloof het niet.
Vraag: Als we school buiten beschouwing laten, wat is dan het belangrijkste dat u geleerd heeft?
Een goede moeder voor mijn kinderen en een grootmoeder voor jou en al mijn lieve kleinkinderen te zijn. Genieten van de kleintjes en trots zijn op de grote kleinkinderen die door het huidige beleid de kans krijgen in Nederland. Goed te lezen, kunnen kiezen voor wat ze later graag zijn om de kost te verdienen in een moderne maatschappij, ver buiten de eigen landsgrenzen. Wij kregen die kans niet.
Vraag: Bent u ooit in het ziekenhuis opgenomen, en waarvoor dan wel?
Ben vier maal in het ziekenhuis opgenomen. Drie maal voor een miskraam en eenmaal zes weken voor een miskraam na 6 weken platliggen wat toch niet hielp. Nu gebeurt dat niet meer. Voor ziekten gelukkig nog nooit.
Vraag: Zijn er bepaalde ziektes of kwalen die veel in de familie voorkomen?
Ja in de familie van Moeders kant komt een lastige ziekte astma-bronchitus voor.
Oom Gerard heeft als kind en jonge man veel last hiervan gehad. Een zus van moeder Tante Bet was ook astmatisch. Jonkie van mijn jongste broer Lowie heeft zelfs in zijn jeugd enkele weken in een astmacentrum doorgebracht. Tante Bet is 80 jaar oud geworden net als de grootmoeder van mijn moeder die in de oorlog van 40-45 overleed. We stammen van beide kanten af van een sterke familie.


Vraag: Wat voor werkzaamheden heeft u zoal in uw leven verricht?
10 dagen helpen in een gezin waar een baby geboren was. Bijna 4 jaar boerenwerk in grote gezinnen. Aardappelen rooien met opa en ook koren maaien. Dan deed ik de schoven bij elkaar binden. Bij familie van moederskant koren binden. De groentetuin van onkruid zuiveren en boerenkleren verstellen op de machine en sokken stoppen. Dit was in mijn jonge tijd, was toen nog niet getrouwd.
T.    oen ik 15 jaar was in een heel arm gezin geholpen toen de moeder een miskraam kreeg. 7 kinderen waren er, bijna niets aan hun lijf, niets in huis om een goede maaltijd klaar te maken. Jullie grootmoeder en overgrootmoeder waren toen helpers in hele grote nood, heel zielig en erg dat zoiets kon.
Vraag: Hoe besteedde u uw vrije tijd? Had u speciale hobby’s?
We hadden maar heel weinig tijd voor hobby’s toen ik nog jong was, na onze schooltijd. Vroeg op en vroeg naar bed. In de natuur wandelen, en met het trouwen van Prinses Juliana en Prins Bernhard dansen in Sevenum en in de cafe’s met een hele groep dansen, en zingen van Oranje boven. Met de kermissen in Horst en Sevenum ook soms naar een danszaal. Papieren bloemen maken voor . Opeen Pastoorsfeest in Kronenberg en een gouden huwelijk. Op de kermis in Asten in draaimolen en schommels. Zomaar wat kletsen met een jonge groep bij elkaar. Jongens kwamen wel een aan het slaapkamerraam of kropen achter een koren of haverberm. Voor hobby’s hadden we toen geen tijd. Wel deden we heel veel zingen samen. Met lege handen zaten we niet gauw. Breien deden we of haken, maar het spreekwoord zei toen; Vrouwen handen en paardentanden moeten nooit stilstaan. Dat is nu ook weer anders. Voorlezen, handwerken, op vakantie gaan en heerlijk zingen in een koor, in de kerk of thuis. Dat geeft blijheid en een fijne hobby. Ook heb ik eens een hobbycursus gevolgd op de vrije Academie in Venlo. Schilderen, Poppen maken en Caligrafie.
Vraag: Heeft u ooit een verzameling aangelegd? (Bijvoorbeeld postzegels, munten, suikerzakjes)
Ja, een verzameling van verschillende Kerstkaarten. Ik heb er nu ongeveer 7000 verschillende uit alle landen. Dat het zo’n grote verzameling is komt door dat kinderen op grote bedrijven werken op kantoren en prachtige kaarten nu van Anton Piek en Japanse en kaarten uit China meebrengen die anders weggegooid worden. De verzameling groeit nog steeds.
Vraag: Zijn er bepaalde erfstukken die al generaties lang in uw familie worden doorgegeven?
Tot aan de tweede wereld oorlog wel, maar helaas zijn in onze boerderij in Brabant door Duitse maar ook Engelsen oude Kerkboeken met zilveren sloten, een houten fluit (dwarsfluit), waardevolle oude schilderijtjes verdwenen en vernielt. Heb nu nog wel een heel oud wijwatervaatje van mijn grootouders. Ook kostbare Boeken, ketting, en twee zilveren horloges (zakhorloges) zijn door mensen of soldaten meegenomen.
Vraag: Heeft u ooit een bekende persoonlijkheid ontmoet?
        Ja, een maal Koningin Beatrix toen ze per boot naar Venlo kwam en met de helikopter weer vertrok. Paus Paulus gaf in Rome een audiëntie. Monseigneur Diepen van den Bosch van wie ik het H. Vormsel ontving. Monseigneur Mooren, De Bisschop van Roermond die om zijn lief karakter Vader Bisschop werd genoemd. Hij hield heel veel van kinderen.
Vraag: Welke belangrijke vindingen zijn tijdens uw leven tot wasdom gekomen? (bijvoorbeeld televisie of computer)
Het elektrische licht. Wij zaten bij petroleum lampen. Radio volgens geluidsgolven en ook nog veel later de televisie. Serum tegen pokken, roodvonk en difterie zorgden dat er niet meer zoveel mensen stierven. De radar op schepen. Heftrucks en andere werktuigen om het werk te verlichten. Gas om de huizen te verwarmen, eerst butagas (flessen) later aardgas dat er nog in Nederland in de bodem zit. Schepen en vliegtuigen die door atoomkracht varen. Vloeibare bestrijdingsmiddelen voor plant en bloem. Modernere voertuigen, computers.
Vraag: Welke medische of wetenschappelijke ontdekking tijdens uw leven heeft op u de meeste indruk gemaakt?
Serums om de mens gezonder te maken. De reis van de mens naar de maan en het ontdekken en fotograferen van nieuwe hemellichamen.
Vraag: Bent u in uw leven politiek actief geweest? Voor welke partij?
Politiek ben ik nooit actief geweest, Met stemmen (we hebben nu kiesrecht) wat we vroeger niet hadden. Omdat we Christelijk zijn opgevoed en ook nu nog proberen Rooms te blijven ga ik nog naar de Kerk en probeer goed te zijn voor andere mensen. KVP was mijn partij. We stemmen voor de Eerste en Tweede Kamer, Voor provinciale staten en Gemeentebesturen hier in Venlo. Vele mensen emigreerden en vertrekken ook nu naar een ander werelddeel. Turken en Marokkanen, Polen en Joegoslaven komen naar Nederland om seizoenswerk te doen.
Vraag: Is er een periode in uw leven waar u met buitengewoon veel genoegen op terugkijkt? Wat was er zo bijzonder aan die tijd?
Het leven als kind op een boerderij in de natuur met vele fruitbomen, bessen en honing van de bijen. De tijd toen dat de meeste mensen veel voor elkaar deden en iedereen, iedereen kende. Dat er ’s avonds gezellig gepraat en gelachen werd en gekaart. Wat ik nu nog elke week met mijn oudere vriendinnen doe. Bijzonder was dat bijna iedere mens tijd had voor een praatje al was het maar even. De tijd dat bijna iedereen hielp als dat nodig was zonder er geld voor te vragen
Vraag: Is er een periode in uw leven die u nog eens over zou willen doen?
        Eigenlijk niet. Ik weet dat ik wel eens fouten heb gemaakt. Dat ik ook op mijn kinderen een verkeerde kijk heb gehad wat toch meestal goed afliep. Er zijn wel dingen die ik nu anders aan zou pakken dan toen. Ik hoop dat mijn kinderen en kleinkinderen (mocht ik in hun ogen verkeerd gedaan hebben) het mij dan vergeven. Jullie Va en Opa kon door zijn zorg om jullie ook wel eens een beetje cru overkomen maar hij probeerde goed te zijn, omdat kinderen die door ouders opgevoed moeten worden lang niet altijd makke schapen zijn. Ook jou ondervinding zal daar ook zeker wel eens bij uitkomen. Dat is eenmaal zo.




Hoofdstuk 8: Uw gedachten en gevoelens...
Vraag: Noem eens een paar van de beste boeken die u gelezen heeft.
Mijn kinderen eten turf – Help de dokter verzuipt, en verder nog enkele titels van Kortooms boeken. Ernst Claes omnibus. Boerin in Frankrijk, Han Hollander.
Limburgse sagen en legenden. Peelomnibus van Maas De Doornvogels. Bartje, Merijntje Gijzen. 
Vraag: Wat is uw lievelingsuitdrukking?
Ik hald vuul van och. Of vuul van dich. Kom ens beej Oma op de slup (veur de kleinsten). Good oppassen. Een echte Venlose uitdrukking. Ik hald van och allemaol eave vuul. Als ik het over Opa-Va heb ‘Opa deej det zoë toen’.
Vraag: Wat vind u bijzonder of uniek aan uw familie?
Dat bijna al mijn kinderen zo graag lezen als ik. Dat mijn moeder een tweeling kreeg (ome frans en tante nel). Dat mijn zus een tweeling kreeg en haar dochter van wie één kindje overleed. Mijn moeder kreeg 3 jongens en 7 meisjes. Ikzelf kreeg 3 jongens en 7 meisjes, en zus Lies kreeg 3 jongens en 7 meisjes. Is dit niet uniek!
Vraag: Welke eigenschap waardeert u het meest in een vriend of vriendin?
Gezelligheid samen door kaarten, praten of wandelen, reizen met een van hen en op vakantie gaan naar binnen of buitenland. Gezellig met het kleine kerkkoor waar ik ook in zit, liederen zingen tijdens de Heilige Mis of een andere bijeenkomst in de kerk of op de jaarlijkse kooravond van het gewest. Met mijn vriendin van 84 jaar kunnen we erg genieten van de jaarlijkse vakantiereis naar het buitenland. Naar Lourdes, Duitsland, Oostenrijk en zelf Joegoslavië. Er blijven ook vakantie vrienden en vriendinnen achter die je nog eens schrijft. Omdat ik vier kaart vriendinnen heb en de leden van ons koortje voel ik mij bij hen heel fijn en gelukkig.
Vraag: Wie zijn (of waren) uw beste vrienden, en hoe lang kent u ze al? Wat is er zo bijzonder aan juist deze mensen?
Na de dood van mijn man (jullie opa Piet) kreeg ik een hele fijne vriendin, mevr. Paans. Een wel wat oudere buurvrouw, ik ben nu 71 maar zij is al 84 jaar. Ze is nog goed gezond. En reisde eerst met mij op een bejaardenkaart. Door heel Nederland een keer per twee maanden met de trein. Haar kende ik al toen we als buren in de van Postelstraat woonden toen jou Moeder en Ooms en Tantes nog jong waren in een heel kinderrijke arbeidswijk, het Genooi. Een kerk werd daar toen gebouwd (eerst een noodkerk, en later de huidige Nicolaaskerk (Rooms Katholiek) waarin Oom Gerard uit Helden misdienaar was. Dat is nu al weer een hele tijd geleden. Oma-Mo zingt nu nog in deze kerk. Verder zijn de vrouwen en een paar mannen en mijn kaartvriendinnen gezellig voor elkaar. En ook Pastoor Kunnen van de Nicolaasparochie hoort daar ook zeker bij. Een man die in die wijk veel (heel gewoon) goed werk doet. Praten met iedereen in nood. Ook met mensen die niet iedere Zondag in de kerk komen.

Vraag: Door wie of wat bent u door tijden van grote moeilijkheden heen geholpen?
Door een hecht familieverband. Vooral door Opa-Va die heel wat werk voor ons allemaal verzet heeft, om je moeder en ook de andere ooms en tantes, die toen nog allemaal klein waren, een zo goed mogelijk bestaan te geven. Samen met mij land bewerken om groenten te telen en helpen plukken als dit geoogst moest worden. Over de honderd inmaak glazen met groenten en fruit , door Oom Gerard uit Helden bij Opa Holtermans in Horst Melderslo gehaald. Eieren werden bij een boer in Genooi gekocht en 1200 kilo aardappels kwamen in de kelder die we op hadden als we zelf in het voorjaar weer nieuwe hadden op onze gehuurde akker.
Vraag: Welke zaken of kwesties hebben u niet onberoerd gelaten?
De hechte liefde van velen tijdens de tweede wereld oorlog, en hulp die ik omdat ik 6 maanden in verwachting was en met twee jonge mensen, een jongen en een meisje, brood gingen halen op de bonnen die geldig waren. Soms met groot gevaar voor ons door rondvliegende scherven van granaten. Toen durfde men zo iets. De dood van de jonge moeder 46 jaar met 5 kleine kinderen, het kindje van 4 dat stierf aan difterie, en een meisje van 16 jaar getroffen door een granaat. Drie doden in 14 dagen. De dood van je Opa Piet, De man die heel veel werk verrichte om ons een zo goed mogelijk leven te geven. Een harde werker!
Vraag: Aan welke levens- of geloofsovertuiging hecht u grote waarde?
Aan de Rooms Katholieke, omdat dit geloof aan mij door mijn ouders is doorgegeven. Toen ook nog door een hele strenge Rooms Katholieke Paus en Bisschoppen en de Parochies met hun priesters. Ik geloof nu niet meer zo in dit geloof. Dat wij de enige goede zijn. Ook mensen die nooit met dit geloof in aanraking kwamen zouden dan verloren gaan? Dat kan er bij mij niet meer in. Als we liefde en behulpzaamheid bieden aan arme mensen dan hebben we meer gedaan dan iedere dag op de knieën te zitten en Hosanna zingen en op zien limburgs “Ozze Leeve Hier van ut Kruuts Beye).
Vraag: In welke opzichten vindt u het leven in Nederland nu beter dan vroeger?
Er zijn meer mensen die het goed hebben in Nederland. Er zijn niet zo veel armen meer. Maar tevreden zijn nog veel niet. Men is beter gekleed, de meesten hebben een goede boterham, gaan goed gekleed, hoeven niet zo veel kindermonden meer te voeden. De kinderen van nu leven veel vroeger zelfstandig. Kunnen dit doordat ze er het geld voor hebben. Alle kinderen in Nederland (weinig uitzonderingen) krijgen de kans om in een goed beroep of baan te kunnen leren, al duren hun leertijden langer als vroeger.
Vraag: In welke opzichten is het slechter?
        Dat jongeren soms eisen stellen aan hun ouders. De drugsverslaving. Komt men daar mee in aanraking dan is het heel moeilijk om er af te komen en kan hun hele leven kapot gaan. Ook als men een goede opleiding heeft gehad en men kan in die branche geen werk krijgen. Door het contact ( waar men vroeger niet mee in aanraking kwam) met jongens of meisjes die verslaafd zijn, om geld en goederen van anderen te stelen, en ten gelde te maken voor hun verslaving. Gelukkig komt in kleine plaatsen dit niet zo veel als in de grote steden Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.
Vraag: Wat vind u van de wereld zoals die nu is? Wat baart u de meeste zorgen?
        De aarde is nog steeds in ontwikkeling. Veel goeds is tot stand gekomen, maar er is nog veel werk te doen. Zorg baart ons de steeds dunner wordende ozonlaag om onze aarde, met als gevolg meer warmte op aarde. Waaruit weer grote droogte of grote overstromingen kunnen ontstaan met heel ernstige gevolgen voor mens en dier. Dit zien we nu al in de Sahellanden en in Nederland. De zachte winters die we hier hebben. Grote natuurrampen door overstromingen. Ik geloof dat we moeten leren door de plastic verpakkingen en vele grondstoffen die onnodig in ons milieu zitten, te weren. En er op aandringen ze niet meer te gebruiken (bijv., plastic zakken) of hergebruik in te voeren.
Vraag: Wat denkt u van de politieke situatie zoals we die nu kennen?
        In Nederland hoeven we ons niet meer zo’n zorg te maken. Maar als een klein land met veel goede vooruitzichten in het Economische Verkeer moeten we toch wel onze ogen goed de kost geven voor de ontwikkelingen in de hele wereld. De bedreigde Sahellanden, de droogte en arme bevolking hebben zeker de steun van andere landen nodig. Ook door nieuwe vindingen van onze landen in Europa kunnen werktuigen ingezet worden voor waterwinning en landbouwprojecten om de bevolking te helpen producten te verbouwen om te eten. Ook waterputten zijn een eerste vereiste en bestrijding van ziekten door inenting van baby’s en kleuters. Paters en kloosterzusters en ontwikkelingswerkers zijn er heel hard nodig.
Vraag: Welke vijf wensen/raadgevingen zou u aan uw kleinkinderen willen geven?
Waardeer je ouders voor alles wat ze voor je doen. Zorg dat je nooit met drugs in aanraking komt. Leer zo goed mogelijk om later meer kans te hebben. Heb liefde voor de natuur en alles wat leeft en groeit. Probeer in de menselijke omgang met anderen je best te doen en wat over te hebben voor hen die niet de kans hebben gekregen. Dan zal het goed gaan.




Hoofdstuk 9: Over uw kinderen...
Vraag: Wat zijn de namen van uw kinderen, en wanneer zijn ze geboren?
Gerard, Riet, Truus, Lies, Tini, Tonnie, Jac, Giel, Maria, Wies. Dit zijn hun roepnamen. De roepnaam van hun vader was Piet en mijn roepnaam is Gon. Aldegonda Fransisca naar grootmoeder van mijn vaders zijde en grootvader van moeders zijde.
Vraag: Waarom heeft u juist deze namen gekozen? Zijn er kinderen bij die vernoemd zijn?
Gerard is vernoemt naar mijn mans grootvader. Riet is vernoemt naar grootmoeder Oma Baltussen. Truus is vernoemt naar de moeder van mijn man Piet. Lies is vernoemt naar zus van mij. Tini is vernoemt naar broer (overleden) van mijn man.
Tonnie is vernoemt naar zus van mij in Horst. Jac is vernoemt naar grootvader Baltussen ( al lang overleden). Giel is vernoemt naar de oudste broer van zijn vader. Wies is vernoemt naar de jongste broer van mijzelf.
Vraag: Wat is uw leukste herinnering aan het gezinsleven en de tijd dat uw kinderen nog klein waren?
Toen de kinderen nog klein waren en naar school gingen. De vele vriendjes en vriendinnetjes die bij ons op de achterplaats speelden of op de stoep voor. Ook toen we in de heerlijke speeltuin “Ons Buiten” woonden vlak na de bevrijding met zo vele mensen, dieren en speelwerktuigen (eenden, kippen, ganzen, aalscholvers, paardje, schapen, geiten, aapje, das, eekhoorntje en zelfs twee wolven die we niet lang gehad hebben. De vijf kinderen die we toen hadden, hadden een heerlijk buitenleven. Ook toen we naar een ander huis gingen (het houten huisje werd te klein) in een gewone wijk tegenover de kerk en de school, die men daar aan het bouwen was. Uit de zeer kinderrijke gezinnen hadden onze kinderen gauw veel vriendjes en vriendinnetjes. Onze kinderen noemden mijn man Va en ik zelf was Mo. Afkortingen in Limburg van vader of moeder. Ook grote mensen in de buurt en de kinderen zeiden Va en Mo Holtermans.
Vraag: Waren uw kinderen onderling erg verschillend van aard toen ze klein waren?
Ja dat verschilde wel, ik had (of liever we, Opa-Va was nog in leven) we hadden heel drukke en ook rustige kinderen. Oom Gerard was de jongen die al vroeg op de fiets bij Opa Holtermans in Horst fruit en groenten ging halen. Rustig als hij was deed hij dat heel gewillig. Tante Riet was heel anders, veel drukker met een eigen wil. Je moeder Truus, een naoorlogs kind, was weer rustiger toen. Tante Lies was vroeger een heel rustig kind het tegenovergestelde van de nu zo drukke bedrijvige vrouw. Ome Sjaak was rustig van aard en is dat nu nog. Hij lijkt het meest op mijn vader in heel veel dingen. Ome Giel een leuke witte krullenbol, kon soms heel stil en verlegen zijn, maar ook stiekem iets doen wat niet mocht. Maria was toen ze nog klein was meestal een gewillig braaf kind. En tot slot tante Wies die de rij sluit is door haar grotere broers en zusters meer verwent. Dit is met tante Maria ook wel gebeurt maar de grotere zussen pasten wel goed op als Opa-Va en Oma-Mo eens ergens samen naar toe waren met de fiets. Ook zijn de oudsten zeker veel naar hun oma op de boerderij op vakantie geweest waar ze het heel fijn hadden. Pootje baden in de beek met de kinderen van Bukkems, maar ook wel eens wat stouts uithaalden, vraag het maar eens. De Christelijke opvoeding van mijn ouders heeft zeker mee gespeeld in de opvoeding van onze kinderen. Maar tijden veranderen streng.
Vraag: In welke zin heeft u uw kinderen juist anders opgevoed?
De dwang van dingen moeten doen was in ons gezin niet zo streng als in het gezin van mijn moeder en grootmoeder. Omdat mijn vader zo vroeg gestorven is heeft mijn Moeder en Grootmoeder veel verantwoording gedragen voor hun kinderen waarvan ik de oudste was. En de jongste, pas 6 weken oud toen haar man, mijn vader, doodging. Toen begreep je dat nog niet zo maar toen jullie Opa-Va doodging en alleen met nog vier kinderen thuis overbleef dan je in die harde leerschool van het leven wel nadenken. Maar je Oma die dit nu in dit boek schrijft heeft nooit de moed opgegeven en zal dan ook zo lang ze nog mag leven genieten van jullie al mijn lieve kleinkinderen.
Vraag: Welke Aspecten van uw rol als ouder zijn het moeilijkst geweest?
De kinderen in vreemde handen achterlaten bij de vier keer, een keer zes weken plat op bed bij een miskraam, en ook de andere keren iedere keer veertien dagen. Gezinsverzorging soms door meisjes, soms hele goede handen, soms ook minder goede. Er waren er bij die ook gul met de centen omsprongen dat er tekorten ontstonden die dan beetje bij beetje weer aangezuiverd moesten worden. En dan als Opa-Va voor oppas moest zorgen bij de kleine kinderen als hij me kwam opzoeken, want ‘s avonds waren de hulpen weg. Dat waren dan moeilijke weken.
Vraag: Wat ging u als ouder/opvoeder het makkelijkste af, en wat was het meest de moeite waard?
Ik kan niet zeggen dat alles van een leien dakje ging. Het meeste waard is dat al onze kinderen goed konden leren op school (Opa en ikzelf konden ook goed leren), en ook een goede positie in deze maatschappij te hebben. Dat mag ook wel gezegd worden van schoondochters en schoonzoons. Veel waard is het ook dat onze hele groep kleinkinderen het zo goed doen, ook nu er al enkele van hun van school zijn en goede banen hebben gekregen (mijn pen was leeg). Het zou jammer zijn als alles vergeefs was geweest. Jullie Oma volgt jullie allemaal.
Vraag: Hoe kwam u erachter dat u voor de eerste maal grootouder was geworden? Wat voelde u toen?
Toen we voor de eerste maal grootouders werden (opa leefde nog)  Zal Ik nooit meer vergeten. Toen het eerste kleinkind Francien en kort daarna kleinkind Petra kwam was dat heel fijn. Omdat ik zelf 10 keer moeder was geweest kon ik begrijpen wat je voelt als je zo een klein verfrommeld handje van zoon kleine roze baby vastgepakt en eigenlijk als grootmoeder een stukje leven aan je wordt toegevoegd. De familieband is weer een stukje aangehaald. Hopelijk denk je er nog maar eens over na als ik er later niet meer ben.

        Dit is het dan het leven van mijn moeder onze Oma voor onze kinderen. Ik hoef niet te zeggen dat Ik trots op haar ben dat zij mijn moeder was. Zij heeft zoals ze zelf schreef een bewogen leven gehad en alles gedaan om 10 kinderen te verzorgen en groot te brengen. Zij is een voorbeeld voor al haar nazaten en zij zullen haar nooit vergeten. Zij heeft deze wereld een stuk beter gemaakt en had een vooruitziende blik over veel problemen waarmee we nu te maken hebben. 

         Ik hoop dat jullie lezers van haar verhaal genotenen hebben.

          Giel 









Reacties

Populaire posts van deze blog

OUDE FOTO’S BLERICK

EEN ATTENTIE VAN DE BAC

HAVIK